Zelfstandig werken

Met zelfstandig werken leren kinderen omgaan met uitgestelde aandacht en planning. Zo krijgen ze inzicht in en overzicht over hun werk. De Meander trekt met zelfstandig werken een doorgaande lijn van groep 1 t/m 8.

 

De basis

In de groepen 1/2 wordt de basis gelegd voor het zelfstandig werken. De kinderen leren tijdens de speelwerkles al om te gaan met uitgestelde aandacht. Met behulp van een rode ketting geeft de leerkracht aan dat zij even niet beschikbaar is. Zij gaat dan bijvoorbeeld met een groepje kinderen in de kleine kring, of ze gaat even met een individuele leerling aan het werk.

 

Stoplicht

In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt aan de hand van een stoplicht:

- Bij rood  wordt er stil gewerkt. Er kan niets aan de leerkracht of medeleerling worden gevraagd. De leerkracht geeft verlengde instructie of andere hulp aan kinderen die dit nodig hebben.

- Bij oranje mogen de kinderen zachtjes overleggen in hun team. De leerkracht is nog niet beschikbaar.

- Bij groen mogen de kinderen zachtjes overleggen in hun team en maakt de leerkracht vaste rondes door de klas om vragen te beantwoorden.

 

Alle kinderen hebben een kaartje op tafel met een rode en groene kant. Wanneer het kaartje met de rode kant naar boven op tafel ligt, dan weet de leerkracht dat het kind een vraag heeft. Het stoplicht is gekoppeld aan een timer. Op die manier weten de kinderen hoe lang de verschillende lesfasen duren.

 

De weektaak

Op de Meander werken de kinderen met weektaken. Vanaf hun vijfde verjaardag krijgen de kinderen een weektaak. Zij maken zo kennis met het plannen en uitvoeren van werkjes en leren de kleuren die gekoppeld zijn aan de dagen van de week. In kleine stapjes wordt het gebruik van de weektaak opgebouwd tot het zelfstandig plannen en verwerken van de weektaak in groep 8. Bij het werken met een weektaak horen een aantal standaardafspraken die in alle groepen gelden. De leerkracht controleert de weektaak, zodat deze zicht houdt op het werk, de aanpak en het tempo.

 

Verschillende niveaus

Binnen de weektaken wordt gedifferentieerd in niveau. Zowel kinderen die moeite hebben met leren, als kinderen die meer uitdaging nodig hebben, kunnen daardoor op hun eigen niveau werken. Terwijl de kinderen met de weektaak aan de slag gaan, heeft de leerkracht tijd om extra hulp te bieden aan de kinderen die dit nodig hebben. Als kinderen moeite hebben met deze manier van werken, kan er een variant op de weektaak gemaakt worden. Een voorbeeld is het werken met dagtaken. De kinderen ontwikkelen zo toch zelfstandigheid, maar maken zich dit op een aangepaste manier eigen.